Terug naar hoofdinhoud

Blog: Ouder overlijdt, mag kind in de huurwoning blijven wonen?

Een verhaal in de media over een jonge vrouw (21 jaar) die de huurwoning wordt uitgezet nadat haar vader is overleden, deed vorig jaar veel stof opwaaien. Uiteindelijk hebben de verhuurder en de vrouw een oplossing gevonden, maar wat zijn nu de rechten van een volwassen inwonend kind?

Het kind is vaak geen huurder van de woning. Dat is de ouder. Als de ouder vervolgens overlijdt, dan kan een kind de huur soms voortzetten, mits er wordt voldaan een aantal vereisten.

De vereisten zijn:
1.) De woning is het hoofdverblijf van het kind;
2) Het kind kan de huur betalen;
3) Het kind kan een huisvestingsvergunning krijgen, als dat nodig is in de gemeente waar de woning staat en
4) Het kind had een ‘duurzame gemeenschappelijke huishouding’ met de ouder.

En die laatste vereiste is vaak een knelpunt. De meeste volwassen kinderen hebben geen ‘duurzaam gemeenschappelijke huishouding’ met hun ouders. De samenwoning tussen ouders en kinderen is namelijk ‘naar zijn aard’ niet duurzaam. Dit is vaste rechtspraak van de Hoge Raad. Er is juist sprake van een ‘aflopende samenleving’, zegt de Hoge Raad. Het is immers normaal dat kinderen uitvliegen, zeker als ze volwassen zijn.
Maar wanneer is dan toch sprake van zo’n duurzame gemeenschappelijke huishouding tussen een ouder en een kind? Onder meer wanneer het kind een inkomen heeft en mee betaalt aan de boodschappen, wanneer het kind ook af en toe boodschappen doet en het kind meedraait in de huishouding en huishoudelijke taken uitvoert.

Maar ook moet er sprake zijn van een duurzame verhouding. Duurzaam betekent dat beiden willen blijven samenwonen, ook in de toekomst. Meestal wonen volwassen kinderen niet duurzaam samen met hun ouders. Zij zullen meestal op zoek zijn of op zoek gaan naar eigen woonruimte.

In een uitspraak van de rechtbank Amsterdam in december 2020 oordeelde de rechter dat er sprake was van een duurzame gemeenschappelijke huishouding, omdat het kind er bewust voor koos om met de ouder samen te gaan leven. Ook zocht het kind zelf niet naar andere woonruimte en woonde nooit eerder bij haar vader voordat ze op 21-jarige leeftijd bij hem introk. Dit duidt erop dat haar verblijf niet tijdelijk bedoeld was.

Elke zaak is echter weer anders en moet afzonderlijk worden beoordeeld. Meer weten of heeft u vragen? Neem dan gerust contact met mij op!



Mr. Marlies Kool
Justion Advocaten Rotterdam

Linatebaan 69a
3045 AH Rotterdam
Tel. 010-440 31 00
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
www.justionadvocaten.nl